De planeten buiten de baan van Saturnus

 

23.3

bladzijde 3 van 12

 

Een eerste algemene verkenning

 

De aardse tweelingbroer als het Ik

Wanneer wij nu dit beeld overdragen op het functionele verband tussen het controleerbare veld van het Ik, waarin zich de antieke planeten bevinden, en het veld daarbuiten, dan kunnen we hier dezelfde verhoudingen vinden die hierboven in de mythologie werden gevonden. Want net als de aardse broer heeft ook hier het Ik het niet-Ik buiten spel gezet. En ook het Ik slijt met de tijd, terwijl zich aan de "overzijde", in het verborgen gebied, een factor bevindt die door het Ik werd uitgeschakeld en daarmee een onbekende is geworden. Want met zijn eigenmachtige grensstelling benoemde het Ik, dit buiten-gebied categorische als een niet-Ik. (0.1). Omwille van zichzelf moet hij dit ook doen: Dankzij de grensstelling van het Ik kan in hem nu immers (3.3) het vermogen tot denken worden ontwikkeld. (13.4) Niet voor niets krijgt Kaïn, nadat hij zijn broer heeft omgebracht, het Kaïnsteken op het voorhoofd! Middels het offer van zijn broer is hij een Ik geworden.

 

Ontsnappen

Het Ik bevindt zich dus per definitie niet in dat buitengebied; dit ligt immers direct aangrenzend boven of onder het gebied van het Ik (22.11). Weliswaar kan het Ik zich van het ene gebied naar het andere verplaatsen, maar in dezelfde beweging verplaatst ook de tegenwereld zich naar het direct-aangrenzende gebied, zodat dit automatisch steeds aan het Ik ontsnapt.

Hoewel wij dus in onze staat van persoonlijke uitgebreidheid en Ik-uiteenzetting deze gebieden zelf niet kunnen betreden (23.1), zijn wij er middels ons counterpart wel onzichtbaar mee verbonden. (0.1) We spreken hier dan ook over mysteriegebieden. De planeten die er heersen worden ook wel mysterieplaneten genoemd.

 

Het binnenste buiten

Hiervoor gaven we al aan dat de omkeringen bij de Maan van een andere aard zijn dan die bij Saturnus. Omkeringen bij de Maan betreffen de verwisseling van links naar rechts en van onder naar boven (22.18.a), terwijl achter de grenslaag van Saturnus (22.16) de krachten vanuit een andere dimensie (20.1) als reuzengestalten werken of in ons eigen gebied, gezien vanuit de aardse antieke tweelingbroer, worden omgepoold.

Ook in de mythologie wordt gewag gemaakt van deze omgepoolde toestand. Zo heet het, dat wanneer het op het ene gebied dag is, het juist nacht is op het andere gebied, en dat wat hier mannelijk is, zich daar als vrouwelijk presenteert, wat we hier als levend beschouwen, daar juist geldt als zijnde dood. In deze verhalende vorm getuigt de mythologie zo van dezelfde saturnale grenslaag, die van weerskanten ons de twee aanzichten van de werkelijkheid laat zien. Saturnus wordt ook wel "Janus met de beide Aangezichten" genoemd.

 

Losgeslagen

Wanneer we de verhalen naast elkaar lezen wordt het ook duidelijk dat, onze relatie met de tegenkant - als anker voor onze identiteit - serieus van levensbelang is. Dit blijkt bijvoorbeeld wanneer dat anker losslaat van de saturnale eigenaar, of wanneer het helemaal verloren is geraakt. Dit laatste wordt verhaald over vampiers: Met het verlies van hun schaduw kunnen zij, als gnomon, geen getuigenis meer afleggen van het bestaan van de achter hen aanwezige Zon (10.1).

Door het ontbreken van hun counterpart is hun bestaan beperkt geraakt tot één van beide zijden: aan de andere zijde zijn zij niet-bestaand. De verhalen willen dan ook dat vampiers ten onder gaan in het daglicht.

 

Echo

Met het ontbreken van het tegendeel ontbreekt ook de echo (Maan) in hun ziel en daarmee hun vermogen tot innerlijke afweging. De relatie met de levens-achtergrond is weg, zodat ook de verbinding met zichzelf (lees: met de eeuwigheid) verloren is geraakt. We kunnen ook zeggen dat deze zielen losgeraakt zijn van hun authentieke bestaansgrond en de echo-relatie met zichzelf kwijt zijn. Ook de beroemde roman van Oscar Wilde “The Portrait of Dorian Grey” verhaalt over de verstoorde relatie van een mens met zijn spiegelbeeld.

 

Gnomon, dissociatie, narcisme en autisme

Dergelijke gevallen waarin de echo-functie in de ziel is losgekoppeld, of alleen nog gebrekkig functioneert, zijn in de psychiatrie bekend onder de verzamelnaam van dissociatie.

Andersom vinden we in narcisme juist het onvermogen om zich los te maken van het eigen spiegelbeeld, waardoor er geen relatie kan ontstaan met het andere, de buitenwereld en de persoon zelf zich niet kan emanciperen (20.4): De primaire uit-één-zetting (7.1) heeft in deze persoonlijkheidsstructuur onvoldoende plaatsgevonden.

Weer op een andere manier kan ook autisme worden opgevat als een verstoorde relatie met de eigen innerlijke feedback. Hierin is sprake van een onvermogen tot uitkristallisatie van het Ik, hetgeen isolatie tot gevolg heeft.

Uit de ernst van deze diepe ontwikkelingsstoringen blijkt wel van hoe groot belang voor onze gezondheid en persoonlijk welbevinden, de relatie met onze tweede, innerlijke werkelijkheid is.

 

 

literatuurlijst, onderwerpen per pagina, woordenlijst, afbeeldingen,

tabellen en schema's, blauw gemarkeerde teksten, forum